© Minneboo Fotografie - Nicole Minneboo

Het maken van kruidenolie is een belangrijke bereidingsmethode in je gereedschapskist als je aan de slag wil met het integreren van planten in je voorraadkast, badkamer, medicijnkast en – why not – je slaapkamer. Het levert heerlijke culinaire oliën op, maar het kan ook als bouwsteen gebruikt worden voor medicinale en cosmetische producten, zoals zalf, zeep, crème, deodorant of solid perfume. Het is een bereidingsmethode die veel aan bod komt tijdens de cursus Making sense(s) of herbs en die de basis vormt van verschillende recepten die ik deel op deze website.

Een kruidenolie of zogenaamd oliemaceraat maak je door plantendelen in olie te laten trekken. Lipofiele (dus vetoplosbare) inhoudsstoffen van de plant worden daarmee in de olie opgenomen. Je krijgt dus een olie die verrijkt is met lipofiele stoffen uit de plant. Dat kunnen smaak- of geurstoffen zijn (lekker in de keuken!), maar ook stoffen met medicinale eigenschappen en/of cosmetische kwaliteiten (denk aan celgroeibevorderende carotenen uit Goudsbloem of allantoïne uit Smeerwortel).

Verwarmen is een essentieel onderdeel van het maken van een oliemaceraat. De meeste inhoudsstoffen lossen beter op in warmte. Warmte maakt moleculen letterlijk los uit het plantenmateriaal. Er wordt daarbij grofweg gebruik gemaakt van twee verschillende technieken, namelijk de zonnemethode en de au bain-marie methode. Beide hebben voor- en nadelen.

 

Kruidenolie maken met de zonnemethode

De zonnemethode is de meest gebruikte manier om een oliemaceraat te maken. De olie met de plantendelen zet je ongeveer 6 weken in de zon, buiten of op de vensterbank. Het ziet er gezellig uit en heeft als voordeel dat het een makkelijke, goedkope en klimaatneutrale methode is. De warmte die nodig is, wordt immers uit de zon gehaald.

Er zitten echter belangrijke nadelen aan deze methode. Ten eerste is de warmtetoevoer niet constant, omdat er altijd temperatuurschommelingen optreden tussen dag en nacht. Dit tast de kwaliteit van de olie aan, vergroot de kans op bederf en vermindert de kwaliteit van het eindproduct. Als de olie transvetten vormt, is het product niet alleen bedorven, maar ook nog eens erg schadelijk voor je gezondheid.

Ten tweede gaat de lange trektijd van 6 weken af van de totale tijd die de olie houdbaar is. Dit kan ervoor zorgen dat het eindproduct – bijvoorbeeld een dagcrème – veel minder lang houdbaar is dan je zou willen. Schimmels, bacteriën en gisten zijn niet altijd zichtbaar. Uiteraard gooi je een product weg als er wuivende groene haren op staan, maar ook vóór die tijd kan het product al bedorven zijn. Botulisme – een ernstige ziekte die veroorzaakt wordt door gifstoffen die gevormd worden door de bacterie Clostridium botulinum – kan in oliemaceraten een heerlijke voedingsbodem vinden en is volledig onzichtbaar.

Ten derde kan je in Nederland en België het grootste deel van het jaar niet genoeg warmte van de zon krijgen om stoffen effectief te laten oplossen in de olie.

Een argument dat ik vaak hoor, is dat het oliemaceraat extra sterk of bijzonder wordt via de zonnemethode, omdat er zonne-energie aan wordt toegevoegd. Daarbij wordt, volgens mij, voorbijgegaan aan het feit dat alle stoffen die gevormd zijn in de plant al uit zonne-energie zijn opgebouwd via het proces van fotosynthese. Een plant is een echte alchemist, omdat ze erin slaagt om uit zonne-energie van niets iets te maken. De plantendelen die je in de olie stopt (en de olie zelf, want die wordt meestal ook uit planten gewonnen) zijn dus door en door voorzien van zonne-energie. Beweren dat het oliemaceraat nog zonne-energie nodig heeft om een goed product te worden, doet wat mij betreft af aan de magie/chemie die al in de plant heeft plaatsgevonden en de fantastische stoffen die de plant gevormd heeft. Je zou eerder kunnen opwerpen dat de zonnemethode afbreuk doet aan de kwaliteit die de plant zelf al geleverd heeft. Maar goed, dat is een filosofische discussie.

 

De au bain-marie-methode

Dit is de methode waarbij je een pot met olie en plantendelen in water plaatst en vervolgens op een laag vuur verwarmt. De ideale temperatuur is 40-50°C. Een hogere temperatuur is slecht voor de kwaliteit van de olie – er kunnen zich transvetten vormen, afhankelijk van de oliesoort – en de kans bestaat dat je de plantendelen “frituurt” (ook lekker, maar niet het beoogde effect). Het is belangrijk om de temperatuur zo constant mogelijk te houden (en te monitoren met een thermometer!). Temperatuurschommelingen leiden immers tot bederf en verminderde kwaliteit. Idealiter wordt de olie 48 uur verwarmd. Je kunt de au bain-mariemethode op verschillende manieren toepassen: op het fornuis, in de oven, in een slowcooker, in een speciale au bain-mariepan of in een weckketel.

Het voordeel van deze methode is een oliemaceraat van goede kwaliteit met weinig kans op bederf. Het nadeel is dat je warmte ergens vandaan moet komen. Het verbruikt dus gas of elektriciteit. In dat opzicht heeft de zonnemethode weer een stapje voor.

Uiteraard kies je de methode die jou het meest aanspreekt. Wees je wel bewust van de consequenties van je keuze. Zelf maak ik altijd gebruik van de au bain-mariemethode, waarbij ik zo efficiënt mogelijk met gas en elektriciteit probeer om te gaan door meerdere oliemaceraten tegelijkertijd te maken.

 

brochure aanvragen 2

Meer weten over kruidenolie?

 Ben je enthousiast geworden over het maken van kruidenolie voor voor cosmetische, medicinale en culinaire toepassingen? Je bent zeker niet de enige! In de cursus Making sense(s) of herbs komt nog veel meer aan bod. Er wordt dieper ingegaan op de voor- en nadelen van verschillende extractiemethodes en aandacht geschonken aan de verschillende (traditionele en moderne) zienswijzen op kruidengeneeskunde. In deze handige brochure staat alles samengevat.

 

Deel dit op

Eén reactie

  1. Thea van Bokhoven
    | Beantwoorden

    Super recepten!,,,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *